Verwarm de oven voor tot 180 °C. Meng de bloem, 30 g suiker, 1 ei en ¼ tl zout in een kom.
Snijd de boter in blokjes en kneed met koele handen door het bloemmengsel tot een samenhangend deeg. Verdeel het deeg in 4 porties en rol die tussen je handpalmen tot balletjes.
Bestuif je werkblad licht met bloem. Druk elk deegballetje met je handen uit tot een rond lapje van Ø 10 cm. Leg de deeglapjes op een met bakpapier beklede bakplaat.
Meng het hazelnootmeel met 40 g suiker en ½ ei in een kom. Snijd de appel met schil (verwijder het klokhuis) in flinterdunne schijfjes. Meng de appel met de kaneel en de hazelnootolie in een derde kom.
Verdeel het hazelnoot-suikermengsel met een lepel over het deeg. Verdeel de appel er in waaiervorm over.
Bak de appeltaartjes in het midden van de oven in circa 25-30 minuten goudbruin en gaar.